Geef een kadobon!

Vragen?

E-mail naar:

Bel op:

+31621168733

Bedrijfsgegevens

Roeiblog Jeroen Brinkman

Posts:

 



Een doelloze sport

Roeien is een doelloze sport. Hoewel de bekende definitie van een roeier: “een masochist die zich op nietsontziende wijze afbeult naar een doel dat achter hem ligt” anders doet vermoeden, is roeien doelloos. Er is zelfs geen doellozer sport denkbaar dan roeien. Maar waarom eigenlijk?

Een doel vinden voor een sport als hockey of voetbal is eigenlijk heel eenvoudig. De wedstrijd van deze week moet beter gaan dan die van vorige week, er moet deze week wel gewonnen worden of er moet met een beter doelsaldo gewonnen worden. En om te weten waar we staan, kunnen we elke week het klassement bekijken. Hoeveel doelen heb je nodig? Duidelijk en motiverend!


Juniorenroeiers houden van competitie en niet van doelloos ronddobberen

Bij roeien ligt dat anders. Bij roeien heeft het merendeel van de veteranen nog nooit een wedstrijd geroeid en als ze er al een geroeid hebben, dan zeker niet dit jaar. Het probleem ontstaat wanneer roeiers vergeten dat roeien een sport is en dat ze het als bezigheid gaan zien. Eigenlijk net zo iets als wandelen of fietsen. Bij dat laatste is het tenminste duidelijk: je bent fietser of je bent wielrenner. Bij roeien is dat onderscheid er niet en dan is een vergissing snel gemaakt.

Maar wat is dat nu precies, dat sporten? Wikipedia zegt er het volgende over, namelijk: Een sport kan omschreven worden als een fysieke krachtmeting (bijvoorbeeld roeien), fysiek spel (bijvoorbeeld voetbal) of denkspel (bijvoorbeeld schaken) dat op reglementaire wijze in competitieverband of recreatief gespeeld kan worden

En zonder competitie of fysieke inspanning, wordt het lastig om een uitdagend doel te vinden. Als een hockeyveteraan gaat trimhockeyen - het laagste niveau - is het vanzelfsprekend dat er elke training een wedstrijd wordt gespeeld. Bij roeien zoeken we de competitie niet op. Sterker nog, er wordt - in tegenstelling tot bij het trimhockey - nauwelijks gehijgd. 

Beste veteranen, stop eens met bewegen en begin met sporten. Leer te hijgen in de boot en houdt dat hijgen elke volgende training langer vol (zie ik daar een doel?). En voordat je het weet ben je weer aan het sporten. Net zoals trimhockeyers, joggers en wielrenners. Probeer het eens, het is veel leuker dan dat je denkt! En wie weet vind je het hijgen - net zoals ik - zo leuk, dat je voorzichtig weer aan competitie gaat denken!

Is dat nog een brug te ver? Maak dan vooral niet de vergissing te denken dat iedereen net zoals jij tegen het roeien aankijkt. Want een van de belangrijkste redenen dat onze roei-jeugd voortijdig (voordat ze naar een studentenvereniging gaan) met roeien stopt, is dat ze het doelloos ronddobberen zat zijn. Geachte coaches, laat daarom onze jeugd- en junioren weer sporten. Geef ze competitie, elke training weer. Laat ze tegen hun vorige tijd of tegen elkaar racen. Met een handicapstart, kun je snelle en langzame junioren tegen elkaar later racen. En last but not least, sla geen enkele wedstrijd meer over!

Want er wordt al bijna twee eeuwen competitief geroeid, dus laten we die traditie niet vergeten en doelgericht van onze mooie sport genieten!

 

 Leuke post? Volg me op facebook en ik hou je op de hoogte van nieuwe posts!

 



Modern motorisch coachen

Coachen vanuit een ander perspectief

Ruim vier jaar gelden, in het voorjaar van 2015, ben ik me gaan verdiepen in en gaan experimenteren met differentieel leren. De aanleiding hiervoor was een filmpje van een junioren acht van Willem III die met bakriemen voer als differentiële oefening. Bij differentieel leren wordt het uitgangspunt ter discussie gesteld dat de ideale beweging vaak herhalen beter werkt, dan te variëren rondom deze ideale beweging. De resultaten van mijn differentiële experimenten waren dermate overtuigend, dat ik sindsdien daarmee niet meer ben gestopt. En zelfs verder gegaan door ook te experimenteren met andere recente inzichten van motorisch leren.

Want de laatste twee decennia is er veel onderzoek verricht naar de wijze waarop sporters leren. De resultaten hiervan zijn echter nog nauwelijks doorgedrongen tot de roeiwereld. Coaches gebruiken de oefeningen die zij in hun eigen tijd als roeier aangeleerd hebben gekregen, die van generatie naar generatie worden doorgegeven en nauwelijks wijzigen. De vraag dringt zich daarbij op of de roeioefeningen in het licht van dit recente onderzoek gelijk blijven of wijzigen. En zo ja, hoe.


Modern motorisch coachen: coachen vanuit een ander perspectief

 

Effectiviteit van oefeningen

De vraag “Ik gebruik altijd oefening A voor roeifout B, wat vind je daarvan?” wordt mij met enige regelmaat gesteld. Ik antwoord dan dat ik dat een volkomen oninteressante vraag vind. De enige interessante vraag in het kader van motorisch leren is “Is er een effectievere oefening voor roeifout B, dan oefening A?”

Om de effectiviteit van een oefening te bepalen, zijn drie begrippen belangrijk.

  1. Relevantie: in hoeverre is de oefening relevant voor de aan te leren beweging.
  2. Transfer: in hoeverre is de roeier in staat het geleerde in de oefening daarna toe te passen in de roeihaal.
  3. Retentie: in hoeverre beklijft het geleerde, ook na een periode waarbij niet meer geoefend wordt.
     

Deze drie begrippen moeten gezien worden als een keten, waarbij deze net zo sterk is als de zwakste schakel. Oefeningen die op basis van deze drie begrippen geoptimaliseerd zijn en waarbij motorisch leren centraal staat, kunnen moderne oefeningen worden genoemd. In onderstaande tabel zijn enkele voorbeelden gegeven, waarbij een V aangeeft dat die oefening goed en een X dat die zwak scoort op dat begrip.

Oefening

Effectiviteit

Transfer

Retentie

Resultaat

Tubben (stabilisatie)

X

n.v.t.

n.v.t.

X

Boot over een boord leggen*

V

V

V

V

Stopjes

V

X

n.v.t.

X

Recoveryvolgorde oefenen*

V

V

V

V

“Je moet dieper wegzetten”

V

V

X

X

Ongedraaid/ongeklipt blad

V

X

n.v.t.

X

Wegzetdiepte oefenen*

V

V

V

V

* Voor de uitleg van deze moderne oefeningen wordt verwezen naar de roei.app

Naast een juiste keuze van de oefeningen, is ook een goede wijze van aanbieden essentieel om de sporter sneller en beter te laten leren. Hiervoor hebben we twee aanpakken ontwikkeld die coaches helpen deze vaardigheden aan te leren. Dit zijn de 3-staps interventie en het 5-staps leerproces. Beide worden in onze opleiding tot roeicoach niveau A onderwezen en zullen hier niet verder worden toegelicht.

Waarin verschilt modern motorisch coachen nu van klassiek coachen? Een coach die modern motorisch coacht:

  1. legt de nadruk op oefenen en experimenteren in plaats van uitleggen en verklaren;
  2. gebruikt andere en relatief onbekende oefeningen;
  3. maakt regelmatig gebruik van hulpmiddelen (roeiapp, video, balansplank, touwrem, etc.);
  4. werkt met vaste stappenplannen (aanpak) om een oefening aan te bieden of een roeifout te verhelpen.
     

Er ligt een wetenschappelijke claim dat sporters met differentieel leren, motorische vaardigheden tweemaal sneller aanleren. Het is onze ervaring dat dit met modern motorisch coachen heel goed haalbaar is. En een dergelijke versnelling is interessant. Interessant voor de roeiers, die zullen merken dat ze sneller en beter leren roeien. Interessant voor coaches en instructeurs die merken dat hun ploegen meer progressie boeken en dat is gewoon erg leuk. Tenslotte is deze interessant voor verenigingen die hierdoor met minder coach/instructiecapaciteit toe kunnen.

Ik zal twee voorbeelden geven, die het gebruik van modern motrisch coachen zullen verduidelijken.

Voorbeeld een

Het eerste voorbeeld gaat over het houden van balans. De  aanwijzing “Jullie moeten de acht iedere haal rechtleggen.” vraagt best wel wat van de roeiers.

Ten eerste moeten ze deze opmerking vertalen naar de juiste wijze van waarnemen of de boot scheef ligt. Kiezen ze voor visuele waarneming (bekijk de boordrand), een gevoelsmatige (evenveel druk op beide zitbotjes), een auditieve (geen slifferende bladen) of hebben ze eigenlijk geen idee hoe dat te doen.
Ten tweede moeten ze in staat zijn om te bepalen welke beweging ze moeten maken om daadwerkelijk de boot recht te leggen. Leggen ze de boot bij de inpik, bij de uitpik of in de recover recht, of weten ze eigenlijk niet zo goed hoe ze het moeten doen maar durven dat niet aan te geven.
Ten derde moeten ze in staat zijn een leerervaring te krijgen door te merken dat de uitgevoerde beweging daadwerkelijk de boot recht legt. Dat is niet eenvoudig te doen wanneer er zeven andere roeiers zijn die ieder hun eigen moment en manier proberen de boot recht te leggen. Het zal voor een roeier moeilijk zijn om te bepalen wat de reactie van de boot op zijn beweging is.

Hoe kan dit nu anders worden aangepakt met behulp van modern motorisch leren?

Deze coach gebruikt zes claims:

  1. Het herhalen van de ideale beweging is veel minder effectief dan het variëren van een beweging, dit wordt differentieel leren genoemd.
  2. Focus op een extern punt buiten het lichaam, is effectiever dan focus op een intern punt binnen het lichaam. Het aanbrengen van focus is weer effectiever dan helemaal geen focus.
  3. Hoe directer de relatie tussen de beweging (motoriek) en effecten (sensoriek) hoe gemakkelijker de roeier leert.
  4. Feedback van de coach op het moment dat de fout gemaakt wordt heeft meer effect dan feedback die na afloop wordt gegeven.
  5. Een oefening waarbij de sporter zelf kan bepalen hoe en hoe vaak hij oefent (oefening in eigen beheer), maakt dat de roeier sneller leert.
  6. Een transfer van het geleerde in de oefening naar de normale roeihaal is niet vanzelfsprekend, hier moet aandacht aan worden besteed.


Ten eerste zal de coach er voor kiezen naar 2-/C2+ of boord vier uit te wijken. Dit omdat de feedback op bewegingen veel directer wordt gevoeld (claim 3). Vervolgens kiest de coach voor en oefening met differentieel leren (claim 1). De coach vraagt de roeier de boot steeds drie halen subtiel op bakboord, drie halen recht, drie halen subtiel op stuurboord, drie halen recht, etc. te leggen.
Hij legt uit dat het helpt om naar de boordrand te kijken om te bepalen dat de boot recht ligt (externe focus, claim 2). Hij vraagt de boot steeds recht of scheef te leggen door de buitenhand bij inpik en uitpik hoger of lager te houden (aanwijzing voor de motoriek, claim 3).
Hij vraagt de slag om aan te geven wanneer deze oefening goed genoeg gaat om naar twee of zelfs een haal terug te gaan (claim 5).
Tijdens de oefening ondersteund de coach de juiste uitvoering met ondersteunende feedback, waarbij met de woordjes “fout”, “bijna” en “goed” per roeier wordt aangegeven hoe hij de oefening uit voert (claim 4).

Nadat deze oefening een tijd lang is uitgevoerd, wordt weer met de basishaal gevaren. Dan vraagt de coach de stuur om met zijn of haar lichaamsgewicht balansverstoringen te introduceren, waarna de ploeg de boot weer moet recht leggen. Lukt dat binnen dezelfde roeibeweging (haal+recover) dan heeft de ploeg een punt, anders de stuur (transfer, claim 6).

Voorbeeld twee

Het tweede voorbeeld gaat over een roeier die te laat opdraaid (te laat klipt). Dat de aanwijzing ”Je moet eerder klippen” slechts beperkt effect heeft, heeft het eerste voorbeeld duidelijk gemaakt. De inzet van een klassieke oefening: een stuk met ongedraaid blad roeien, zorgt er weliswaar voor dat de roeier beter kan inpikken, maar is weinig effectief en heeft daarnaast een slechte transfer. Wat dan?

Een coach die gebruik maakt van motorisch coachen zal de roeier vragen een stuk te varen waarbij bij iedere haal tweemaal wordt geklipt. Hierbij wordt in het motorisch geheugen van de roeier het klippen losgekoppeld van het inpikken (claim 3).
De coach vraag de roeier focus te houden op het blad (let op het blad) om te zien of hij gelijkmatig klipt (claim 2).

Daarna besteed de coach aandacht aan de transfer (claim 6) door de roeier te vragen een stuk te roeien waarbij heel vroeg wordt geklipt, vervolgens elke haal een stukje later, tot vlak voor de inpik (claim 1). Daarna elke haal weer een stukje vroeger, tot vlak na de uitpik (claim 5).

Ten slotte

Coaches die gebruik maken van technieken afkomstig uit het motorisch leren vinden het heel normaal om een roeifout in een of twee trainingen volledig op te lossen. Moderne hulpmiddelen en oefeningen, gebruik van de roei.app en nieuwe aanpakken gebaseerd op modern motorisch leren, maken dit mogelijk.

De bereikte praktijkresultaten zijn dermate overtuigend, dat de Stichting Roeicoach met ingang van 2019 haar opleidingen een update heeft gegeven, waarbij modern motorisch coachen volledig in de opleidingen, roei.app en digitale leeromgeving is geïntegreerd. Wij zijn vooralsnog de enige aanbieder die coaches en instructeurs bekwamen in het modern motorisch coachen.

Mocht je willen weten wat modern motorisch coachen voor jouw vereniging kan betekenen, of een keertje met deze principes gecoacht willen worden, neem dan even contact met mij op.

 Leuke post? Volg me op facebook en ik hou je op de hoogte van nieuwe posts!

 



De 5 principes van het vlootbeheer

Veronderstel dat een vereniging een jaar lang geen boten koopt. Wat doet dat met de kwaliteit van de vloot? Niet veel zult u wellicht zeggen. Maar wat als dat ene jaar vijf jaar wordt? Wat dan?


Vijf principes helpen je een optimale vloot samen te stellen

Principe 1 - kies de minimale levensduur

Het afgelopen decennium zijn de prijzen van de boten harder gestegen dan de inflatie. Ook zitten we nog midden in de vervanging van houten door kunststof boten en van klassiek geriggerde naar vleugelrigger boten. De kwaliteit van de vloot laat zich heel eenvoudig uitdrukken in de minimale levensduur. Deze wordt in twee stappen berekend: 1. Bereken de vervangingswaarde van de (kern)vloot en 2. Deel deze vervangingswaarde door het jaarlijkse (gemiddelde) beschikbare vervangingsbudget. Het is wijsheid deze minimale levensduur (het aantal jaren dat een boot mee moet gaan, voordat er geld voor vervanging beschikbaar is) op 25 jaar of minder te houden.

Principe 2 - one size does not fit all: elke roeier heeft het recht op een passende boot

Het spreekt voor zich dat een 14 jarig meisje van 1m54 en 48kg niet in dezelfde boot kan varen als een 53 jarige veteraan van 1m96 en 93kg. De verschillen zijn niet alleen te vinden in het volume van de boot, maar ook in de hoogte en zwaarte van de afstelling.

Principe 3 - variëteit voor kwantiteit: elke roeier heeft het recht op een passende boot

Bij burgerverenigingen is de 4x+ veruit de populairste boot. Zaterdag en zondagochtend staan de roeiers in de rij om deze boot te mogen gebruiken. De druk binnen de vereniging om meer vieren aan te schaffen zal dus aanwezig zijn en lijkt een goede beslissing. Echter er is plek genoeg in deze boten, wanneer je in de middag roeit. En het dimensioneren van een vloot op de piekvraag is geen goede zaak. Zeker wanneer er andere roeiers zijn die niet kunnen roeien omdat het boottype of het juiste bootgewicht gewoon ontbreekt in de vloot.

Principe 4 - Koop alleen de stijfste boten

Stijfheid is duurzaamheid. Wanneer je een paperclip maar vaak genoeg heen en weer buigt, breekt hij. Dat lukt je niet met een spijker van dezelfde dikte. Het werkt net zo bij boten, die zijn gemaakt van vezelversterkte kunststof. Een buigbare maar sterke vezel gecombineerd met een harde maar breekbare hars. Iedere keer wanneer de boot beweegt (zoals de paperclip) ontstaan er haarscheurtjes in de hars, waardoor de beweegbaarheid alleen maar groter wordt. Kortom een boot die slap de loods in komt, wordt alleen maar slapper. Een boot die stijf de loods in komt blijft onveranderd stijf. Koop daarom boten met zo veel mogelijk carbon.

Principe 5 - elk aanbod creëert zijn eigen vraag

 Leuke post? Volg me op facebook en ik hou je op de hoogte van nieuwe posts!


Stap 1

Ontdek hoe eenvoudig het is om vandaag nog (thuis) je eigen motion tracking video te maken!

Lees verder...

Stap 2

Verzend de gemaakte video en bestel jouw prestatierapport met daarin haalanalyse en benchmarks.

Lees verder...

Stap 3

Gebruik de gegevens in jouw analyserapport om beter en sneller te roeien of te ergometeren.

Lees verder...

Legetøj og BørnetøjTurtle